No More Boring Learning

265. Feedback maakt meer kapot dan je lief is

Brain Bakery Jeanne Bakker JP Hoogstrate Season 7 Episode 265

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 17:02

Feedback is misschien wel het meest overschatte instrument in de wereld van leren en ontwikkelen.

We geven het de hele dag door. In trainingen, coachgesprekken, beoordelingsgesprekken en op de werkvloer. Maar wat als veel feedback niet helpt? Sterker nog: wat als het prestaties juist verslechtert?

In deze aflevering duiken Jeanne en Jan-Peter in het baanbrekende onderzoek van John Hattie. Zijn analyses laten zien dat feedback een van de krachtigste interventies kan zijn om leren te versnellen, maar alleen als het op de juiste manier wordt gegeven. Veel feedback die we dagelijks horen, doet precies het tegenovergestelde.

Waarom helpen opmerkingen als "meer energie", "ik voelde hem niet" of "goed gedaan" nauwelijks? Wat gebeurt er in het brein wanneer iemand feedback ontvangt? Waarom schiet ons stresssysteem zo snel aan? En welke vorm van feedback leidt wél tot beter gedrag en betere prestaties?

Je ontdekt waarom effectieve feedback altijd antwoord geeft op drie vragen: Waar ga ik naartoe? Hoe doe ik het nu? En wat is mijn volgende stap?

Met praktische voorbeelden, verrassende inzichten uit de wetenschap en direct toepasbare tips voor trainers, leidinggevenden en iedereen die anderen wil helpen groeien.

Een aflevering die je voorgoed anders laat kijken naar feedback.

Lees hier het blog van deze podcast:
https://www.brainbakery.com/brainsnacks/feedback-maakt-meer-kapot-dan-je-lief-is

Support the show

Wij praten veel, maar luisteren nóg liever. Heb je een vraag, opmerking of briljant idee? Klik en spreek een berichtje voor ons in via Speakpipe!

Mee lezen? Kijk op https://www.brainbakery.com/brainsnack/no-more-boring-learning 

SPEAKER_01

Welkom bij een nieuwe boot voor jouw missie No More Boring Learning. Dit is de Brain Bakery Podcast. Wat lekker dat je er weer bij bent. Van harte welkom. Ja en ik dacht, ik ben een keer alleen. Nee, natuurlijk niet. Hier is hoor, Jane Bakker.

SPEAKER_00

Ik dacht Joper, wat fijn dat ik er weer bij moet gaan zijn.

SPEAKER_01

Hartelijk welkom, Sane. Ik dacht, ik nodig je toch nog een keer aan. Wij gaan weer hele interessante resear met je delen. Die denk ik voor alle trainers, alle opleiders, alle docenten, coaches, ouders, een grote waarde is. Dus blijf lekker luisteren. En weet, zoals altijd op onze website brainbaker.com bij de BrainSnacks bij Nobor Borg Learning kun je altijd alle research en adviezen en tips nalezen.

SPEAKER_00

Ja, maar ik vond dit dus op zich een goede intro, maar ik voelde hem niet helemaal. Ja, het was wel goed, maar misschien probeer met wat energie en kun je ook kijken of je wat authentieker kunt overkomen.

SPEAKER_01

Authentieker. Ja, ik vind je tech niet heel helder.

SPEAKER_00

Wat vond je er zelf van? Ik miste iets. Ik miste iets.

SPEAKER_01

Ik zou iets concreter willen. De feedback. Vind je feedback een beetje vaag?

SPEAKER_00

Volgende keer beter, want je hebt op zich wel talent, maar ik zou wel een aantal dingen anders doen. Maar goed geoefend.

SPEAKER_01

Ja, bedankt.

SPEAKER_00

Ja, mensen, dit is natuurlijk niet waar wat ik allemaal zeg. Maar dit is feedback. We hebben een lijst gemaakt die we iets te vaak nog tegenkomen. Die trainers of trainingsacteurs of coaches geven aan mensen als ze net gepresteerd hebben, als ze net een oefening hebben gedaan. Super vaag. Ik voelde hem niet. Het was wel goed maar. Dat soort dingen. En daar is ontzettend veel research naar gedaan. En ik wil even beginnen met de meest schokkende conclusie. Daarvoor gaan we naar. Davoor gaan we naar een onderzoek van Kluger en Denis uit 96. Dat is een meta-analyse. En zij analyseerden 607 feedbackstudies met ruim 23.000 deelnemers. Dus dit was echt flink. Het gemiddelde effect van feedback was positief. Maar hier is de shock: meer dan een derde van alle feedback interventies, dus echt de feedback die echt interveneerde, leidde tot, hou je vast, slechtere prestaties.

SPEAKER_01

Wacht even. Dus niet slechte feedback en dan maar gewoon weer lekker door, maar ik ga het slechter doen.

SPEAKER_00

Ja, dus een slechte feedback levert geen effect op in de prestatie van een ander, maar levert slechtere prestatie op.

SPEAKER_01

Dus feedback is niet een instrument dat je zomaar even in kunt zetten onder het mond van nou ja, baat het niet, dan schaat het niet. Het kan dus wel schade.

SPEAKER_00

Ja, het kan dus of verbeteren of beschadigen. Het kan niet neutralificeren. Dat bestaat er niet. En uit hun studie, maar we gaan straks nog veel dieper kijken, kwam vooral al feedback gericht op de persoon. Talenten, slim, goed gedaan. Hadden negatieve effecten. Terwijl als het over de taak gingen: concreet, specifiek, actionable, hier doe dit. Die werkte wel, kwam uit hun studie.

SPEAKER_01

Kijk, we hebben al een richting om ons te helpen.

SPEAKER_00

Nou, gaan we nu even luisteren naar wat studenten zelf zeggen. Dus in een groot onderzoek van 2015 van Turniton vroegen ze 1155 studenten over welke feedback hun hielp. Dus zij hadden een paper ingeleverd, dat werd nagelezen. En de resultaten zijn echt fucking helder. 83% vond suggesties voor verbetering in de paper behulpzaam. Dus ik zou hier dit doen, of zorg dat je hier meer onderzoek doet. Of schrijf hier dit bij. Die vonden ze 83% scoorde het bij far het hoogste wat ze lekker vonden. Op de tweede plek, 81%, stond specifieke notities in de kantlijn. Hier word je te vaag. Hier zou je dit moeten doen. Dat is echt het pinpointer. Van hier gebeurt het. Niet achteraf aan het eind, maar hier dit stukje. En dan 73% vond voorbeelden van wat goed of fout ging behulpzaam. Dus ik heb hier drie cirkels gezet. Die stukjes zijn heel goed, deze vier stukjes zijn minder goed vanwege. Dat werd ook lekker, lekker, leer ik van. En dan gaan we nu naar de andere kant. Slechts 38% vond algemene opmerkingen behulpzaam. Dus goed gedaan. Doe dit beter. Schrijf actiever. En 39% vond complimenten of ontmoediging behulpzaam. Dus dit zou ik niet meer zo doen, of dit stukje is heel lekker. Alleen maar dat vonden ze dus veel minder fijn dan heel concreet, hier gebeurt nu dit, daar zou je dat moeten doen.

SPEAKER_01

Die studenten hebben een duidelijke boodschap.

SPEAKER_00

Absoluut. En als we dan even het brein in duiken. Want wat gebeurt er eigenlijk in het brein op het moment dat er feedback gaat komen. Daar hebben we het vaker over gehad, maar het is wel even lekker om daar even bij stil te staan. Stel je voor, mensen hebben net in jouw training, in jouw leeractiviteit een oefening gedaan, een pitch, een gesprek, een presentatie en nu is het stil. Die deelnemer kijkt naar jou. En de hele groep kijkt naar jou en iedereen weet nu komt het oordeel. Op dat moment is de Amygdala, het alarmcentrum van het brein, hyperactief. Er is dreiging, sociale dreiging. Wat gaan ze van me vinden? Heb ik het verpest, vinden ze me dom. Dus dat stresscentrum staat aan cortisol, je stresshormoon, stroomt door je bloed. Het brein is niet in de leermodus. Het brein is in de overlevingsmodus. Dus het brein kan bijna niet horen wat je zegt. En als jij dan zegt probeer het met wat energie. Of ik voelde hem niet helemaal. Het brein krijgt nu een soort puzzel zonder oplossing. Van hier liggen zes stukjes: succes. Dus de prefrontale cortex, het denkende deel van je brein moet nu gaan interpreteren wat jij bedoelt met meer energie. Wat bedoelt ze harder praten, meer bewegen, sneller praten, langzamer, enthousiaster kijken, werkgeheugen draait over uren. Ze denken waarschijnlijk tegelijkertijd in je amygdala. Shit, dit was dus niet goed. Iedereen heeft dit gezien. Oh my god. Dus je brein gaat niet in de actieplanning, maar gaat in de interpretatie en gaat gissen. En die amygdala blijft maar actief, want er is geen concrete uitweg. Tot als een oordeel.

SPEAKER_01

Het is waarschijnlijk niet slim giswerk. Nee.

SPEAKER_00

Want het motorische deel van je brein, dat verantwoordelijk is voor je handelingen, kan niets met meer energie. Je kunt het niet oefenen, je kunt het niet repeteren in je hoofd. Waar zat wel meer energie?

SPEAKER_01

Niets concreet. Doelklantvriendelijker, dat soort dingen.

SPEAKER_00

Dus het resultaat aan het eind is: de amigbij blijft onrustig. Het werkgeheugen is uitgeput. Er is geen actiepad. Je beloningssysteem staat niet aan. Feedback wordt misschien onthouden als een vaag ongemakkelijk gevoel. En dan ga je nog een keer. En dan ziet iedereen het je minder goed doen. Omdat je vermoeider bent dan ervoor. En je weet niet wat ze bedoelen. Dus je doet maar wat. En je zegt ook niet, ik kan niks met deze feedback, joh. Haal even je back, joh. Ik hou je feedback. Ik wil gewoon zeg maar even wat ik dan wel moet doen. Nu zou je het ook anders kunnen brengen natuurlijk. Je zou ook kunnen zeggen als iemand net geoefend heeft. Je eerste zin was heel laag in volume en je keek erbij naar de grond. Ga het nu nog een keer doen. Begin echt luid met een eerste zin. En kijk de proefpersoon of de acteur, whatever, specifiek aan tijdens die eerste zin. Terwijl je hem hard zegt. Maar hou de zin die je had. Wat gebeurt er nu? Nou, ten eerste, je amygdila krijgt een uitwet. Oké, concrete actie. Het brein snapt, dit kan ik doen. De dreiging wordt nu een taak. Taken zijn beheersbaar, dus mijn stress gaat zakken. Tweede, prefrontale cortex hoeft niet te interpreteren. De instructie is helder, het werkgeheugen blijft vrij voor wat het moet doen, namelijk het plannen van die actie. Derde, en dit is cruciaal. De motorische cortex kan direct aan de slag met mental rehearsal. Die gaat gelijk. Oh ja, oh ja, dan doe ik dat zo, dus de deelnemer kan zich letterlijk voorstellen hoe zij of hij die eerste zin uitspreekt, hoe zij of hij die ander aankijkt, hoe dat voelt. En dat mentale oefenen activeert dezelfde hersengebieden als de echte handeling zelf. Dus het brein doet de actie een soort onzichtbaar, doet hij dat vooral in je brein. En daardoor worden je neurale paden al aangelegd voordat je de situatie opnieuw doet. En omdat er een concrete actie is met een duidelijk doel, slaat het dopamine systeem aan. Oeh, dit kan ik. Dopamine is natuurlijk een neurotransmitter. En die blijkt ook een anticipatiedosisje te geven. Oeh, dit ga ik zo meteen goed kunnen doen. Dus het activeert niet alleen bij beloning, maar ook bij de verwachting van de beloning. Oeh, dit kan ik. Oh, maar luid praten en iemand aankijken. I got this. Dat motiveert.

SPEAKER_01

Als je dit zo uitlegt, is het eigenlijk vrij logisch dat er dus niet een soort neutraal resultaat van feedback kan zijn. Want even hoor, maar wat gebeurt er veel? Wat gebeurt er ontzettend veel in het brein bij feedback. En dus het is echt, ik laat het ook tot mezelf doordringen. Die moeten we zo zorgvuldig mee omgaan. En niet zorgvuldig in de hoe voorzichtig, voorzichtig, maar zorgvuldig in het specifiek en dat op de taak. En echt een goede instructie geven.

SPEAKER_00

Ja, daarom moet je het ook niet te lang door laten lopen. Je moet zeggen.

SPEAKER_01

ik zag nu dit. Ik wil dat je dit doet. Dat pinpointen, dat ook die studenten zeiden, die je die opmerking in de kant leiden. Absoluut.

SPEAKER_00

En dat betekent dat je dus heel goed moet weten, hebben we al eerder over gehad. Wat wil ik eigenlijk zien en wat werkt er en wat werkt er niet.

SPEAKER_01

Want daar gaat het ook al heel vaak mis. Dat we gaan nu iets doen en dan is er natuurlijk vaak wel een model of een theorie. Maar waar gaan we nu specifiek op oefenen? Dat gebeurt wel heel vaak niet.

SPEAKER_00

Ja, en zelfs al maak je dan specifiek waar oefenen we op. Dan nog heeft de trainer vaak geen mentaal plaatje gemaakt van hoe ziet dat er dan uit? En zodra ik het niet zie, zeg ik dus dit. Dus de man die hier echt geëerd moet worden, dat is John Hattie. Of waarschijnlijk had die. Of misschien is hij wel Amerikaan Hardy. Dat heb ik even niet opgezocht. Hij is een onderwijswetenschap.

SPEAKER_01

Had hij dat maar duidelijk gezegd?

SPEAKER_00

Had hij dat maar gezet? Drop the mic. Heel lekker. John had hij de onderwijswetenschapper onderzocht welk type feedback daadwerkelijk leidt tot verbetering. En hij kwam eigenlijk met drie elementen. Hij analyseerde duizenden essays en keek naar het effect van verschillende vormen van feedback. Hij zegt de drie dingen die feedback zou moeten beantwoorden, is als eerste. Let op mensen, where am I going? Dus jouw essay gaat die kant op. Wat is het doel? Het tweede is, how am I going? Hoe sta ik ervoor? Ben ik halverwege? Ga ik de goede kant op. Geef me eens even weer waar ik ongeveer sta. En dan de derde, en dat blijkt uit zijn research de allerbelangrijkste. In die zin zou ik zeggen, tatoeëer hem op je pols. Where to next. Wat moet ik nu doen?

SPEAKER_01

Vertel me gewoon wat ik moet doen.

SPEAKER_00

Dus die vraag leverde veruit, of tenminste, het beantwoorden van die vraag, leverde veruit de grootste verbetering op. Dus het de groep laten fantaseren over wat moet gebeuren, gaan zij zo scherp zijn zoals jij. Dus jij moet het doen. Want je weet nu ook dat als de groep zegt en daar heb je geen controle over, doe het met iets meer energie. Weet je, het proces wat eraan gaat. Het is gewoon schadelijk. Ik geef je een paar voorbeelden. In plaats van ik voelde hem niet. Zeg je, je begon met je conclusie. Daardoor wist die persoon al waar je heen ging. Dat wil je volgens mij niet. Dus begin eerst met het probleem. Damee bouw je spanning op. Dus draai je volgorde om, je begint met het probleem. En de eerste woorden die je gaat zeggen is: kijk, het probleem is. En dan mag je verder.

SPEAKER_01

Nu weet ik wat moet doen.

SPEAKER_00

Ik voel bijna bij mezelf al dat dopamine shot van die deelnemer binnenkomen. Dus in plaats van je moet authentieker overkomen, hoor ik ook nog wel eens. Zeg je, je gebruikt de woorden als wellicht en eventueel en enigszins. Probeer in plaats van daarvan ik denk en ik wil. Dat klinkt directer.

SPEAKER_01

Kijk, mijn mental rehearsal is al bezig.

SPEAKER_00

Precies, en ik hoor hem ook vaak, je gebruikt twijfeltaal. Nee, zeg dan wat iemand wel moet doen. Wat is de next step? In plaats van er miste wel iets. Het kwam niet helemaal zeker over. Zeg je, je had feiten en argumenten, maar wat er miste, was een concreet voorbeeld. Eén verhaaltje dat laat zien wat jij bedoelt. Laten we die samen even maken, dan voeg je die er nu in toe.

SPEAKER_01

Dus ook niet.

SPEAKER_00

Nee, we gaan hem even maken en dan ga je hem toepassen. Dus dat patroon is: dit is wat ik zag, dit is wat je nu gaat doen. Dit is wat ik zag, dit is wat je nu gaat doen.

SPEAKER_01

Ja, en dan is die eerste stap van hem nog. Zou je nog kunnen zeggen? Volgens mij is dit wat je wilde bereiken of dit is waarop we wilden oefenen. Ja, precies.

SPEAKER_00

En vaak als je gaat oefenen, heb je die een soort impliciet al wel gezegd. Met zo'n essay moet hij er dus bij staan. Maar inderdaad, zeker stap 2 en 3. Dit is wat ik zag, dit is hoe goed je gaat of hoe slecht je gaat, en dit is wat je nu gaat doen. Nou, dan komen we hem ook nog best wel vaak tegen. Wat vond je er zelf van?

SPEAKER_01

Ik wilde er net over beginnen. Er zijn natuurlijk vrij veel trainers die betogen dat het goed is om deelnemers die geoefend hebben, daar zelf op te laten reflecteren. Wat denk je er zelf van?

SPEAKER_00

Ja, nou, ik snap natuurlijk heel goed waar dat vandaan komt. Je wil die anderen even op adem laten komen, laten reflecteren. Je wilt ook niet betuttelend zijn. Je wil ook eigenaarschap veroorzaken bij de deelnemer. Je wilt ook een soort coachen. Maar dit even, denk even mee. Dit is wat er neurologisch gebeurt als jij die vraag stelt. De amygdala is al actief, want ik heb net geoefend. De deelnemer is dus in stress en jij geeft geen uitwet. In plaats daarvan in plaats van dat jij gaat leveren, gooi je de vraag bij hun neer. Nu moet de deelnemer twee dingen tegelijk doen. A zichzelf beoordelen en omgaan met de sociale dreiging van dat feedbackmoment. Terwijl die ook nog een werkgeheugen heeft dat al overbelast is met stress. En jij voegt er nu een complexe reflectietaak aan toe. Ik heb dit net gedaan, weet ik veel hoe het gegaan is. Ik ben hier in paniek, zit te wachten op een oordeel. Nu moet ik mijn eigen oordeel gaan doen. En dus gaat iedereen raden. Bovendien, de deelnemer weet natuurlijk niet wat hij of zij niet weet. Daarom oefent hij. Je kan je eigen blinde vlekken niet zien. En jij gaat nu zeggen, ook al heb je mij ingehuurd als expert, wijs even op je eigen blinde vlek.

SPEAKER_01

Je legt mensen echt op het schot of je zet ze op een niet goed podium.

SPEAKER_00

En er kan nooit iets goeds uitkomen. En ze gaan altijd raden in blinde paniek. Het is misdadig. Het is alsof een dokter die dat jij binnenkomt bij een dokter, dat die dokter zegt Wat denk jij zelf?

SPEAKER_01

Hier is je runt gefoto, hier is je hersenscan. Succes.

SPEAKER_00

Ja, maar dokter, is het erg paniek.

SPEAKER_01

En ook weer, er is dus geen neutraal resultaat van feedback. Dus als je denkt, ja, maar we kunnen toch altijd de mensen even zelf laten nadenken. Nou ja, dat kan als je wilt dat mensen daarnaar slechter gaan presteren.

SPEAKER_00

En het is dus een misdaad. Want iemand heeft net iets gedaan en je vraagt hem nu ga eens even zien wat ik wel kon zien. En dan mag je nu naar raden. En dan mag je eigenlijk jezelf ook nog kritiek gaan geven. Terwijl je al in paniek bent. En ik wil graag dat je het ook nu meteen even doet. En als je daarnaast zit, krijg je ook nog straf. En gaan die andere elf deelnemers die naar je zitten te kijken, die gaan ook meewarig hun hoofd schudden. Succes. Dat is wat je iemand aandoet.

SPEAKER_01

Ik wil de podcast niet zo eindigen hoor. Dit is heel deel.

SPEAKER_00

Terug naar had hij.

SPEAKER_01

Hat hij dat nou maar eerder gezegd? Dus we weten, er is geen neutraal resultaat als je feedback geeft. Mensen worden er slechter van of worden er beter van. Goede feedback bestaat uit drie elementen: waar wil je heen? Dus je doel, bijvoorbeeld, wat is de restaat waarvoor je gaat.

SPEAKER_00

Hoe ver ben je?

SPEAKER_01

De duiding hoe doe je het nu? En dan de belangrijkste vraag: where to next? Wat moet ik nu doen? Zet dat in de kantlijn. Zet de spotlight erop, pinpoint het me en vertel het me.

SPEAKER_00

Want dan kan mijn brein schakelen naar. Oh, wacht even. Hier heb ik wat aan en ik kan in actie. En dat is je uiteindelijke doel. En je uiteindelijke doel is ook dat die actie een nog slimmere of betere actie is dan die daarvoor deed. Had hij die podcast maar eerder gemaakt, deze?

SPEAKER_01

Had hij dat maar gedaan. No more boring learning. Dit was de Brainbakery Podcast. Wil je meer weten? Kijk dan op Brainbakery.com of volg ons op onze socials.