No More Boring Learning

253. Die doodse stilte na je vraag? Dat ligt aan jou......

Brain Bakery Jeanne Bakker JP Hoogstrate Season 7 Episode 253

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 11:35

Waarom wordt het zo vaak pijnlijk stil als je een vraag stelt als trainer? Of duurt het lang voor er een antwoord komt?

In deze aflevering maken Jeanne en Jan-Peter korte metten met een hardnekkige misvatting: dat stilte van deelnemers iets zegt over hun motivatie, lef of energie. 

Spoiler: dat doet het bijna nooit. Ze laten zien wat er in het brein gebeurt op het moment dat jij stopt met praten en waarom die stilte logisch, voorspelbaar en meestal door jou veroorzaakt wordt. 

Je hoort hoe schakelen van luisteren naar praten tijd kost, waarom groepen elkaar onbewust afremmen en waarom trainers zichzelf veel te snel redden. Belangrijker nog: wat je anders kunt doen. Met een simpele ontwerpregel voor betere vragen en vijf soorten vragen die mensen wél aan het denken en praten krijgen. Praktisch, herkenbaar en direct toepasbaar in elke training of sessie.

Lees hier het blog over deze podcast:
https://www.brainbakery.com/brainsnacks/die-doodse-stilte-na-je-vraag-dat-ligt-aan-jou

Support the show

Wij praten veel, maar luisteren nóg liever. Heb je een vraag, opmerking of briljant idee? Klik en spreek een berichtje voor ons in via Speakpipe!

Mee lezen? Kijk op https://www.brainbakery.com/brainsnack/no-more-boring-learning 

SPEAKER_00

Welkom bij een nieuwe boost voor jouw missie No More Boring Learning. Dit is de Brain Bakery Podcast.

SPEAKER_02

Van harte welkom bij een vers gebakken aflevering. Samen met Jana.

SPEAKER_01

Jan Peter, wat lekker.

SPEAKER_02

Hebben we iets voor je wat voortkomt uit iets wat ik laatst meemaakte. En het is iets waar denk ik heel veel trainers een soort tegenopzien. Dat ze een moeilijk moment vinden. Wij geven veel trainde trainers, we hebben onze eigen trainde trainer, maar we doen het ook bij veel organisaties. En die geef ik ook veel. In dat kader keek ik laatst mee met een trainer. Dus ik zat te observeren. En wat er gebeurde, de training was van.

SPEAKER_01

Ik wil daar sowieso vast even een shout-out voor geven. Als je een trainer bent en je laat je observeren door een ander, dan ben je gewoon een superheld. Ik vind dat het heel erg nodig is. Wij werken ook veel met onszelf filmen of onszelf qua geluid opnemen. Maar als je gewoon zegt: kom erbij zit, ook al eng. Maar dan heb je nog het gevoel, ik weet nog niet of ik het doorstuur. Maar het feit dat je een ander uitnodigt om bij te komen zitten, maak je zoveel beter. Dus dan ben je gewoon hartjes, als je nu op YouTube kijkt, dan zie je hartjes.

SPEAKER_02

Dat klopt. Dat merkte hij ook. Deze trainer vond het ook spannend, maar was wel lekker bezig. Was wel eventjes bezig. En op een gegeven moment stelde hij een vraag aan de groep. En de groep was iets van tien of twaalf mensen en die zaten op zich wel lekker in. En wat er gebeurde nadat hij die vraag had gesteld was niks. Totaale stilte. En je zag de trainer echt een soort beetje sterven van binnen en ook een soort verlammen. Dat gebeurt wel vaker. Trainers hebben daar ook vaak vragen over van je, dat gebeurt moet ik dat? En daar hadden wij het dan weer over. Hoe kan dat nou? Wat gebeurt daar nou? Hoe reageer jij daar?

SPEAKER_01

Je hebt natuurlijk wel de tips gegeven om dat te voorkomen. Maar inderdaad, wij zaten te kletsen over we weten dat het zo is. We weten dat als je de groep ineens een vraag stelt, dat er gewoon geen antwoord komt. Maar hoe komt dat nou? Dus we zijn in de research gedaan. We hebben de data voor je en die gaat echt verklaren waarom als jij een vraag stelt en er komt geen antwoord, het altijd jouw schuld is.

SPEAKER_02

Ja, dat is dan het slechte nieuws. Het goede nieuws is, je kunt er echt wat aan doen.

SPEAKER_01

Ik neem je er even in mee. Wat gebeurt er op het moment dat jij een vraag stelt aan jouw groep? Er zitten twaalf weldenkende mensen. Slim, intelligent, hun neuronen zijn aan het vuren, ze zitten daar en ineens stel je hun vraag. Op dat moment zit hun brein in de luisterstand. Ze zijn bezig met volgen, begrijpen, misschien wel twijfelen aan jouw woorden, knikken. En dan zeg je ineens wie wil hier iets over zeggen? Bijvoorbeeld. Nu moet het brein gaan schakelen naar de produceerstand. Dat wil zeggen een antwoord vormen, woordjes kiezen, inschatten of het slim klinkt, checken of het veilig is om dit hardop te zeggen. Dus er zijn een aantal taken die nu op iemand afkomen. En dat schakelen kost tijd. Dat heet in de psychologie task switching. En we weten uit onderzoek van onder andere Meijer en Rubenstein dat mensen na zo'n switch altijd even wat trager zijn. Dus we gaan van ik zit lekker in mijn eigen hoofd te beoordelen of het klopt, wat jij zegt. Ik ben lekker met mijn eigen gedachten alleen naar eigenlijk vier taken tegelijk. Dat vergt vergt uit. En er komt nog iets bij. Retrieval, dus het ophalen uit je lange termijn geheugen, is ongemakkelijk. Een goed antwoord ligt niet klaar. Dus wie wil hier iets over zeggen? Ja, wow. Oké, waar ga ik zoeken? Dus je moet het ophalen uit het geheugen. Dus dat voelt traag en dat voelt onhandig en dus stil. En Mary Bud Rowe, die liet al in de jaren zeventig, kijk op onze website als je dat onderzoek erbij wil lezen, liet al zien dat je minstens drie seconden moet wachten naar een vraag.

SPEAKER_02

En die voelen toch lang?

SPEAKER_01

Want als je drie seconden wacht, dan worden de antwoorden langer, inhoudelijker, en komen er meer mensen op gang. Maar wat doen trainers? Waarschijnlijk die van jou ook. Na één seconde: het ongemak wordt te groot. Ik praat wel even door, ik doe iets anders. Dus die drie seconden is het minste wat je moet doen. Maar er zijn nog slimmere methoden, daar gaan we het straks over hebben. Maar er is ook nog een tweede deel waarom het komt dat mensen stilblijven terwijl ze toch wel denkend zijn. Dat is de groep. In een groep draait er altijd een soort extra scan. En die scan heet. Wat vinden anderen van mijn antwoord? Kom ik er goed uit, sta ik er goed op? Dat heet evaluation apprehension. Dus mensen houden zich in omdat ze beoordeeld kunnen worden. Ik heb daar straks al iets slims gezegd, neem ik het risico om nu ook iets te zeggen dat misschien minder slim is. Of ik heb nog helemaal niks gezegd. Is dit dan het slimste wat ik nu kan doen? En zolang niemand begint, denkt iedereen. Oké, kennelijk is wachten hier de slimme strategie. Ik ben in tune met die anderen, dus wij wachten. Dus die stilte is niet een gebruik aan motivatie. Betekent ook niet dat mensen niet al misschien een antwoordje hebben, maar zit ook nog een soort perfect in elkaar. Want je wacht even tot de rest ook iets heeft en je wilt ook even zorgen dat jij er dan wel goed uitkomt.

SPEAKER_02

En dat alles gebeurt.

SPEAKER_01

Vertel even, wat vind je ervan? Dit hele proces gaat dan aan.

SPEAKER_02

Het was ook mooi om te zien, want ik kon ook een deel van de deelnemers goed bekijken. Van achterin de training zijn. En je ziet ook eerst een soort schok in die ogen van moet ik nu iets. En dan zie je in die ogen een soort het hele nadenkproces gebeuren. En ondertussen het ongemak bij de trainer ontstaan.

SPEAKER_01

En dan ook nog een beetje het scannen van elkaar. Soms zie je mensen opzij kijken van ga ik al iets zeggen. En soms zitten er al patronen in de groep. En dan gaat haandje de voorste, die gaat als eerst. Dus dan wacht ik maar even, want die zal wel eens eerst gaan, er gebeurt van alles. Je kunt een aantal dingen hier aan doen. En de allersimpelste die wij altijd onze trainers meegeven, is dat je de mensen, die task switching, dat je die vergemakkelijkt door je vraag drie keer te stellen. Want onze stelling is, als mensen niet gaan praten wanneer jij stopt met praten, dan heb je waarschijnlijk de vraag niet goed gesteld. Ik neem je even mee in de stapjes die je zou kunnen doen. Als eerste zou je bijvoorbeeld kunnen zeggen, een aankondiging. Ik heb zometeen een vraag aan jullie. En ik wil graag van een aantal van jullie iets horen. Oké, oké. Nu begint de taskwitching al. Dan vertel je de vraag: wat maakt dit bijvoorbeeld in de praktijk voor jullie zo lastig? Dus met andere woorden, dan ga je parapraseren. Waar loop je in de praktijk hiertegenaan? Of misschien krijg je buikpijn ervan. Nog een keer parafraseren. Of als je bijvoorbeeld heel eerlijk bent, waar gaat dit dan vaak mis in de praktijk? Dus ik wil nu wel van een aantal van jullie horen. Ja, waar loop je dan tegenaan? Nou, dit voelt voor jou als trainer enorm lang. Enetje. En je ziet ook dat sommige mensen die gaan oefenen, hiermee gewoon drie keer dezelfde vraag stellen. Waar loop je tegenaan? Kortom, ik vraag je waar loop je tegenaan? Dus ik wil graag weten waar je tegenaan loopt. Dus probeer hier te paravaseren, zodat mensen het rustig op zich kunnen laten inwerken, dat ze al begonnen zijn met het formuleren van een antwoord. Zodat op het moment dat je dan stopt met praten, de kans dat het antwoord komt, al wel groter is. Omdat je ze hebt voorbereid op de task-switching. En dan kan er nog steeds een hele boeiende, leuke discussie ontstaan waar mensen elkaar gaan aanvullen. Ik kijk er nog zo naar. Maar de aankondigingen dat er gaat gebeuren en dan drie keer parafraseren, is de vuistregel die we iedereen aanraden.

SPEAKER_02

En het is dus een vrij eenvoudige techniek, maar hij werkt eigenlijk altijd.

SPEAKER_01

Ja, en als je er net mee begint, is hij dus niet eenvoudig, want je voelt hem niet aan. Want je denkt: zo ik heb dit stuk nu uitgelegd. Nu ga ik een vraag stellen. Nu zijn jullie aan de bak. Jullie gaan niet.

SPEAKER_02

Reismatig is die ingewikkeld.

SPEAKER_01

En wat je ook kunt doen, is andersoortige vragen stellen. Dus ik heb een paar soorten vragen die je kunt stellen die die task-switching ook weer makkelijker maken. Ik heb een aantal favorieten: de ervaringsvraag. Dan vraag je dus niet: wat vind jij er theoretisch gezien van? Analyseer dat eens even. Maar wanneer ging dit bij jou bijvoorbeeld voor de laatste keer mis? Dus wanneer had jij voor het laatst dat dat even niet lekker liep? Dan vraag ik niet naar kennis, ik vraag naar ervaring. Of wanneer ging het een keer ontzettend lekker? En wie kan daar een voorbeeld van geven? Het tweede ding dat je kunt doen, waardoor het ook makkelijker wordt om te beantwoorden, is als je een twee keuzevraag geeft. Wat is hier lastiger? Is het hier lastiger om te beginnen op vol te houden? Wat denken jullie?

SPEAKER_02

Makkelijker om te beantwoorden. Heel makkelijker, want je kiest uit twee.

SPEAKER_01

Pan klaar. Dus als je zeker als je net begint, bouw een aantal van die vragen in. Je kunt ook een hele goede contrastvraag stellen. Een brein houdt heel erg van contrast en van verschil. Dus je kunt zeggen, wat denken jullie dat mensen die dit goed kunnen, anders doen dan mensen die hier nog mee worstelen? Waar zit dat verschil? Nou, dan kun je ze vaak beter beantwoorden.

SPEAKER_02

Dat zie je snel voor je.

SPEAKER_01

Om je als het ware het contrast al voor hun creëert. De vierde die je kunt doen is de spiegelvraag. Wat zou jouw team nou over jou zeggen als ik dit aan hen voeg? In de kroeg, op een vrijdagmiddag, er zit al een drankje in. Wat zouden ze dan waarschijnlijk antwoorden? Dus nu ben ik niet aan het vragen wat denk jij dat jij doet, maar ik ben aan het via de hoed van Tante Berta, via de rand ben ik je aan het bevragen: wat denk jij dat zij zouden zeggen? Die kun je natuurlijk ook anders inzetten. Stel dat ik niet een trainer was hier en jullie zaten hier te roddelen. Wat zou er dan uitkomen? O je kunt hem bevragen van wat zeggen andere managers die net zoals jullie hier werken, waarvan jullie natuurlijk zeggen. Dat zou ik nooit zeggen, maar wat zouden zij zeggen? Het maakt het veiliger om te beantwoorden. En je kunt ook een actievraag stellen. Nu je dit gehoord hebt, wat ga jij dan deze week anders doen? Het gaat niet over ooit, over later, over deze week. In je eerst volgende gesprek, wat doe je daar anders? Dat maakt het ook. Ik heb deze drie dingen gehoord, deze. Dat maakt het ook makkelijker voor mensen om tot een antwoord te komen. Maar de vuistregel blijft wel. Als jij switcht van uitlegstand of presenteerstand, of hoe je het maar noemt, naar ik ga jullie wat vragen. Nu mogen jullie. Jullie zijn aan de bak, doe dat niet verloren. Want nou, je zag hoeveel er moet gebeuren in het brein van je luisteraar.

SPEAKER_02

Dit merk je overigens ook. Zij dan vaak bij als het niet gaat om een vraag beantwoorden, maar dat mensen een oefening of een opdracht moeten doen. Zie je vaak ook dat trainers stoppen met uitleggen en dan zeggen, nou, dan is nu de bedoeling dat jullie dit en dit gaan doen. En dan zie je mensen ook nog helemaal verwerken, hetzelfde proces hier dan.

SPEAKER_01

Je mag echt pas stoppen met praten als je weet. Als ik nu stop met praten, staan ze op en doen ze precies wat ik net heb uitgelegd. Anders heb je nog niet genoeg uitgelegd. Want tasking is echt. Je wordt gewoon een paar seconden echt dom en traag.

SPEAKER_00

No more boring learning. Dit was de Brainbakery Podcast. Wil je meer weten? Kijk dan op brainbakery.com of volg ons op onze socials.